24-08-15

Kunstkring Parnassos viert 20 jaar, 2




De Kunstkring Parnassos bestaat 20 jaar en viert dat met een overzichtstentoonstelling beeldende kunsten & poëzie.
Die vindt plaats op vrijdag 25 september en zaterdag 26 september in het Koetshuis in het Cultureel Centrum de Abdij te Geraardsbergen.

24 DEELNEMENDE KUNSTENAARS
Jimmy Carnier, Marleen De Smet, Yvan De Vos, Albert Depessemier, Ann Dhaenens, Laurence Faes, Suzanne Faut, Roger Labee, Ruth Labee, Jenny Lemahieu, Carla Leroy, Christine Meurrens, Peter Motte, Greta Praet, André Spitaels, Toon Uyttendaele, Michel Van Breussel, Marie-Paule Van De Veire, Siska Van De Keere, Patrick Van Der Heyden, Christelle Van Ongeval, Béatrice van Pottelsberghe, Antoine Van Riet, Carl Vanden Daele

PLAATS
in het Koetshuis van Geraardsbergen (Abdijstraat 10, 9500 Geraardsbergen)

TIJD
zaterdag 26 september 2015 van 13.30 uur tot 19.00 uur
en zondag 27 september 2015 van 10.30 uur tot 18.00 uur

PRIJS
De tentoonstelling is gratis toegankelijk.

23-08-15

Kunstkring Parnassos viert 20 jaar

Kunstkring Parnassos, Manneken Parnassos

Vertalers hebben vaak belangstelling voor literatuur en de Kunstkring Parnassos richt zich niet alleen op beeldende kunsten, maar ook op poëzie. Daardoor waren sommige medewerkers van Vertaalbureau Motte wel eens lid van Parnassos.

Dit jaar viert de Kunstkring Parnassos zijn twintigjarig bestaan, en zoals het een groepje beeldende kunstenaars past, wordt dat gevierd met een tentoonstelling.

De tentoonstelling is gratis toegankelijk.

Ze is op

zaterdag 26 september 2015 van 13.30 uur tot 19.00 uur

zondag 27 september 2015 van 10.30 uur tot 18.00 uur


in het Koetshuis van Geraardsbergen (Abdijstraat 10, 9500 Geraardsbergen)

Zowel tijdens de vernissage als tijdens de tentoonstelling is er een goodie-bag met o.a. uitgaven van Peter Motte. Op die manier legt Parnassos een link met zijn vroegere literaire ambities.


getimage2.php?imageid=2718221&albumid=41700&typeid=4

Tentoonstellende deelnemers:
Jimmy Carnier, Marleen De Smet, Yvan De Vos, Albert Depessemier, Ann Dhaenens, Laurence Faes, Suzanne Faut, Roger Labee, Ruth Labee, Jenny Lemahieu, Carla Leroy, Christine Meurrens, Peter Motte, Greta Praet, André Spitaels, Toon Uyttendaele, Michel Van Breussel, Marie-Paule Van De Veire, Siska Van De Keere, Patrick Van Der Heyden, Christelle Van Ongeval, Béatrice van Pottelsberghe, Antoine Van Riet, Carl Vanden Daele




25-08-09

John Vermeulen: 1941-2009, in memoriam

john-vermeulen

John Vermeulen, 1941-2009

Als mensen zoals John Vermeulen sterven, overvalt me altijd dezelfde dubbelzinnigheid: waarom zou ik een in memoriam over hen schrijven en daarin mijn droefheid over hun overlijden uitdrukken, als ik me daardoor eigenlijk de gevoelens toe-eigen van anderen die de gestorvene beter hebben gekend dan ik?

Maar toch kan zo'n dood niet ongezegd voorbij gaan, alsof de dode alleen maar iets betekende voor zijn directe omgeving.

Het is waar: John Vermeulen heeft een groot aantal romans geschreven, en hij werd genoeg gelezen om tot op het einde van zijn leven te worden gepubliceerd. Wat daarna, wat hierna zal gebeuren, is niemand van ons duidelijk, en wie het op dit moment al zou kunnen weten, is nog bezig met dat nieuwe feit een plaats te geven in zijn gevoelens en gedachten.

Want John Vermeulen blijkt meer te zijn dan de schrijver van de eerste roman die ik ooit heb gelezen, toen ik nog niet eens tien jaar was en werd aangetrokken door de lugubere titel "De vervloekte planeet". Een hele planeet vervloekt! Die titel en het onwerkelijke landschap op de voorpagina, waarop een raket met twee ruimtevaarders in een stalen pak omringd worden door metalen vliegende zwammen, verlicht door een merkwaardige gloed die achter agressief-scherpe bergpieken opduikt - een gloed? een zon? een explosie? - een landschap waarin geen mens zich thuis kon voelen...

Die "vervloekte planeet" heb ik minstens drie keer bezocht, al heeft John achteraf zelf opgemerkt dat het zeker niet zijn beste boek was. Hij was vijftien jaar oud toen hij er mee debuteerde, en vond later dat hij te toegeeflijk behandeld werd, en pas met "Blinde planeet" de klappen kreeg die hij "had verdiend".

"Schrijven is een vak", zei hij later in een interview. En elk vak moet je leren. Dat heeft hij dan ook gedaan. Na het fiasco van "Blinde planeet" klom hij met "De binaire joker" bij D. A. P. Reinaert Uitgaven uit het dal. Ook "Contract met een supermens", zijn eerste techno-thriller, verscheen nog bij die uitgeverij, en Eddy C. Bertin merkte erover op, dat John Vermeulen met dat boek al naar een grotere uitgever had moeten stappen. Dat deed John met "1000 meter van Armageddon", dat bij A. W. Bruna verscheen en de eerste van ongeveer tien techno-thrillers werd waarmee hij in de jaren tachtig de bestsellerlijsten aanvoerde.

Maar daarna zakte het weer in. Succes in kunst en entertainment is nu eenmaal erg wankel, en heeft meer te maken met de wisselvallige voorkeuren van het publiek dan met de kwaliteiten van de kunstenaar (afhankelijk van "de waan van de dag", zouden sommigen zeggen). Dus moest hij weer verhuizen. In de jaren negentig verscheen zijn werk zo'n beetje overal. Hij reisde wat kleinere uitgevers rond, maar publiceerde ook historische biografieën bij Uitgeverij Het Spectrum, toneelstukken en tv- en filmscenario's.

Tenslotte belandde hij tamelijk definitief bij Uitgeverij Kramat, waar het laatste decennium het meeste van zijn werk verscheen. De genres zijn uiteenlopend: heel wat thrillers, maar ook historische biografieën, fantasy, en zijn eerste liefde: sciencefiction.

Daaruit blijkt dat John Vermeulen erg flexibel op nieuwe trends kon reageren. Als zijn eerste roman sciencefiction was, dan mogen we dat als een jeugdliefde beschouwen. Achteraf bekeken heeft hij toen waarschijnlijk onbewust een aantal voorbeelden geïmiteerd. Inhoudelijk verschilt de roman niet veel van wat toen als een goede sf-roman voor de jeugd werd beschouwd. Toen de techno-thriller hoogtij vierde, schakelde hij daar zonder problemen naar over, net zoals hij dat later deed met fantasy.

Veel prijzen heeft hij nooit gewonnen. Onderhoudende, degelijk geschreven avonturenromans hebben nu eenmaal nooit veel genade gevonden in de ogen van het kransje "letterkundigen" dat doorgaans prijzen uitreikt, maar in 1988 kreeg hij wel de Prijs van de Grote Jury voor "Solo Race", en in 2000 won hij zowel de Internationale Ambrozijn Prijs voor Korte Verhalen als de John-Flandersprijs voor een van zijn Vlaamse Filmpjes.

Ja, voor een van zijn Vlaamse Filmpjes: vanaf 1979 publiceerde hij in totaal elf Vlaamse Filmpjes, het laatste in 2004. Maar eigenlijk heeft hij zijn hele schrijverscarrière door regelmatig voor de jeugd geschreven, naast her en der verspreidde verhalen.

Minder bekend is dat hij ook non-fictieboeken uitgaf, vooral over varen. Zijn ervaring met zeilen blijkt duidelijk uit boeken zoals "Ring van vuur", "Solo Race" en "De kat in het aquarium". Uit zijn historische biografieën blijkt dat hij zich uitstekend in historisch materiaal kon inleven. Dat inlevingsvermogen kwam hem niet alleen van pas als roman- en verhalenschrijver, maar ook als redacteur voor watersporttijdschriften, waar hij nogal wat artikelen aan bijdroeg.



De laatste jaren verscheen zijn werk vooral bij de kleine uitgeverij Kramat. Veel kan hij daar niet aan hebben verdiend, dus moet hij wel hebben geschreven omdat hij het graag deed. Dat blijkt ook uit getuigenissen van schrijvers die hem hebben gekend.

Marie-José meldde op Pure Fantasy: "We hadden pas nog contact via Facebook over zijn betrekkelijke onbekendheid in het Nederlandse taalgebied, hoe raar dat dit was omdat hij zoveel werk uitgebracht heeft."

Thirza schreef op hetzelfde forum: "John is degene die mijn schrijven begeleid en beïnvloed heeft vanaf het moment dat ik hem leerde kennen in 2003. Hij was degene die me aanspoorde mijn werk uit te geven. (...) Hij heeft me gestimuleerd, vooral middels zijn onuitputtelijke cynische kracht."

Ook op dat forum schreef Ishtarsarrow: "Ik leerde hem pas heel onlangs kennen via een gesprek op internet."

Daaruit blijkt dat John voor de lezers erg toegankelijk was, wat wordt bewezen door Ka Sha Gan: "Ik herinner me zijn toegeeflijke bitterheid." Ka Sha Gan verklaarde daarover in een privé-bericht aan uw huidige auteur: "Door onze [van Ka Sh Gan met John] correspondentie zweefden altijd van die flarden mist, ontgoocheling over het leven en teleurstelling over de mensheid. Maar tegelijk iets van een realisme dat hem liet doen wat hij kon. Schrijven. (...) Dus de flarden mist van ontgoocheling scheren nu doelloos voor me langs, maar ik zal altijd dankbaar zijn dat ik met hem heb mogen corresponderen. "

En Ziburan postte: "Heb hem meerdere malen ontmoet en zelfs naast zijn schrijfkunsten mogen genieten van zijn kookkunsten."

Ook op het online-rouwregister van Inmemoriam.be blijkt hoezeer John Vermeulen werd geapprecieerd.



Als John nu in een ander landschap opduikt, wensen we hem minstens een paradijselijker omgeving toe dan "De vervloekte planeet".


Peter Motte, dinsdag-donderdag 25-27 augustus 2009



Er is een online rouwregister geopend voor John Vermeulen.

[Omwille van de privacy worden de werkelijke namen van de getuigen niet onthuld, maar de schuilnamen zijn geen gelegenheidspseudoniemen bedacht door de auteur van dit artikel.]

18:44 Gepost door Peter Motte, vertaler van Vertaalbureau Motte in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: literatuur, in memoriam, john vermeulen overleden, necroloogie | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | | Pin it! |  Print | | |

27-01-09

Recensie: Het laatste fresco, door Gust van Brussel

Recensie: Het laatste fresco, door Gust van Brussel

Het laatste fresco, door Gust van Brussel

recensent: Peter Motte

onder auspiciën van De voormalige Tijdlijn en Vertaalbureau Motte

Met "Het laatste fresco" heeft Gust van Brussel een van de beste boeken geschreven die ik de laatste maanden heb gelezen.

Natuurlijk klinkt zo'n uitspraak niet overtuigend als ze niet in een nationale krant wordt gepubliceerd of in een belangrijk literair tijdschrift, maar laten we wel wezen: het boek heeft veel kwaliteiten.

Dik is het niet: 130 pagina's. Volgens sommigen is het dus meer een vette novelle dan een roman. Maar de betekenis van dat soort termen varieert nogal.

"Het laatste fresco" vertelt het verhaal van een man die na de dood van zijn vrouw door Italië zwerft, van hotel naar hotel, en onderweg vreemde personages ontmoet. Zijn dagen verlopen anders dan hij had verwacht.

Het boek is ingedeeld in zeven hoofdstukken, en elk hoofdstuk krijgt als titel de naam van een van de personages uit de Commedia dell'arte. Commedia dell'arte was een populaire vorm van volks improvisatietoneel. De acteurs bouwden gevarieerd toneel op, dat gedeeltelijk bestond uit geïmproviseerde invallen, en gedeeltelijk uit flarden tekst die ze uit het hoofd kenden. De toneelgroep moest goed op elkaar zijn ingspeeld, want de improvisaties veroorzaakten onverwachte reacties van de acteurs, waarop de andere acteurs gepast moesten kunnen reageren. De commedia dell'arte is verdwenen toen men vaste teksten begon te gebruiken, waardoor de levendigheid verloren ging.

De improvisatie was gedeeltelijk mogelijk doordat de personages categorieën mensen verbeeldden, zoals de geliefde, de minnaar, de politieagent, de dokter, enzovoort. Het zijn geen clichés, zoals in hedendaagse detectives nogal eens een politieagent optreedt die buiten de lijntjes kleurt en die kan rekenen op zijn trouwe adjudant op de gemoedelijke omgang met een of andere louche figuur. Nee, "il capitano" uit de commedia dell'arte vertegenwoordigt gewoon de gezagsdrager, zoals die in elke maatschappij voorkomt.

Gust van Brussel heeft zijn roman opgebouwd rond die toneelpersonages. Of, liever gezegd, de merkwaardige figuren die zijn hoofdpersonage onderweg ontmoet, worden behandeld in een hoofdstuk waarvan de titel de naam van een van die toneelpersonages draagt.

In "Il dottore" ontmoet hij een merkwaardige kerel die geldt probeert los te krijgen voor zijn uitvindingen. Om hem te ontlopen verlaat het hoofdpersonage zijn hotel, en begint hij Italië rond te trekken. De hele reis lang blijven de herinneringen aan de vreemde snoeshaan hem door het hoofd spoken, aangetrokken als hij wordt door het gevoel dat er meer inzicht in zijn krankzinnigheid zat, dan hij aanvankelijk had vermoed.

Alle hoofdstuktitels zijn in het enkelvoud, maar dat betekent niet dat er maar één persoange in zo'n hoofdstuk kan worden beschouwd als een voorbeeld van de categorie. In "Il capitano" zijn er minstens twee: Boris en een Porsche-chauffeur. Beiden treden op als mensen die meester zijn over hun omgeving, en tot op zekere hoogte over de hoofdpersoon - of waarvan de hoofdpersoon vermoedt dat ze meester zijn over hem. Zo is hij nooit zeker of Boris en zijn vrouw samen overspel hebben gepleegd.Een van de charmes van het boek is dan ook om in elk hoofdstuk te zoeken naar de personages die in de titelcategorie kunnen worden ingedeeld. Het is een manier om het verhaalverloop in te delen in hoofdstukken, maar ook een manier om verschillende aspecten van een categorie mensen tegenover elkaar af te wegen.

Maar bovenstaande is tot op zekere hoogte ingewikkeld gezever, want het boek leest niet als een moeilijk door te snijden klomp stopverf. Het gaat integendeel erg vlot. Alhoewel de gebeurtenissen weinig spectaculair zijn, houdt Gust van Brussel er de spanning in. De Porsche-chauffeur lijkt een maffia-type te zijn, maar er worden geen revolvers bovengehaald, en er zijn geen vechtpartijen. Het hoofdpersonage merkt alleen maar dat er iets aan de hand is, maar zelf wordt hij vriendelijk en voorkomend behandeld.

Zo wandelen we samen met de hoofdfiguur rond in Italië, en beleven we de manier waarop hij in het reine probeert te komen met zichzelf, de dood van zijn vrouw, en zijn herinneringen.

Het boek is zowel op papier verkrijgbaar, als elektronisch. Elektronisch kan het hier worden gekocht voor 5 euro.

"Het laatste fresco", Gust van Brussel, 2009, Turnhout, De Graal vzw, geïllustreerd, 132 p's, 22 x 13,3 x 0,9 cm, ISBN 978-90-504-5000-3

Prijs: als e-book 5 euro

20:26 Gepost door Peter Motte, vertaler van Vertaalbureau Motte in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: literatuur, roman, het laatste fresco, gust van brussel | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | | Pin it! |  Print | | |

10-01-08

Capricornus 12

Capricornus 12Dit is een ramp voor een vertaler: een stripverhaal zonder woorden: het twaalfde album uit de reeks "Capricornus" van Andreas.

Andreas heeft wel al vaker platen getekend die volledig steunen op de tekening, en die elk woord verbannen naar het rijk van de literaire leuteraars, maar deze keer is hij wel erg ver gegaan: 54 platen zonder één enkel woord. 54, geen 44! En dat zelfs zonder titel!

Alhoewel... voor de volledigheid moeten we toegeven dat er toch wel letters in staan. Maar Andreas heeft wel vermeden er genoeg letters op te zetten om een volledig woord te krijgen. Wie de puzzelende Andreas kent, weet dat het woord cruciaal kan worden voor de volgende afleveringen.

En werkt dat, zo'n woordenloos album?

Er waren moment dat ik dacht: het wordt niks.

Maar toch: zonder woorden vertelt Andreas een volledig verhaal, met begin, midden en slot. En zoals het einde van elk verhaal moet doen, wekt ook dit emoties op.

Toen ik dacht: "Dit wordt niks,", zat ik ergens middenin, in dat deel waarin een verhaal gewoonlijk alleen maar ontwikkelt, en waarin elk verhaal al gauw niets anders doet dan opeenvolgende gebeurtenissen vertellen.

Een zwak punt? Nee. Maar in een leuter-de-leuter-verhaal wordt de lezer afgeleid door het... leuter-de-leuter. De geest wordt beziggehouden doordat hij die lettertjes moet ontleden, en vergeet dat er weinig te zeggen valt.

Of weinig te zeggen lijkt. Want je kunt in een verhaal niet zomaar een brok overslaan en het toch blijven volgen. Doordat deze "Capricornus 12" alleen maar een kijk-album is, valt het wat sterker op. Dat is alles.

Maar nee: "alleen maar een kijk-album" is verkeerd uitgedrukt. Het is een "kijk-en-denk-album".

Zoals we weten stopt Andreas in zijn albums puzzels. Elke tekeningen kan aanwijzingen bevatten over de intrige. Die aanwijzingen worden niet altijd gezegd. Dat is een sterk verschil met bijvoorbeeld de reeks "Death Note", de mangareeks van Ohba & Obata: zij leggen erg veel uit.

Bij Andreas daarentegen mag de lezer het genoegen beleven zelf de puzzelstukjes samen te spronkelen en in elkaar te passen. Onder andere daarom blijven ze bij herlezen boeiend, en hoe langer Andreas' reeksen worden, hoe meer ze bij herlezen bieden.

Het is overigens opvallend dat er zo'n sterk verschil is met "Death Note", omdat Andreas opmerkte dat hij wordt geïnspireerd door manga's. Eén van zijn pesonages heet zelfs Manga. En wie af en toe manga's leest, zal overeenkomsten vinden tussen de Japanse tekenverhalen en het werk van Andreas.

Maar Andreas blijft altijd Andreas. Hij zei ook al eens geïnspireerd te worden door Amerikaanse strips, maar wie zijn oeuvre vergelijkt met de reeks van over de grote plas, merkt meer verschillen dan overeenkomsten.

Overigens sluit dit boek duidelijk aan bij de voorafgaande 12 delen. De woordenloze aanwijzingne, de grafische puzzelstukjes, verwijzen naar eerdere gebeurtenissen. Het is de ineenschakeling van de motieven en leidmotieven die zorgt voor de dramatische hoogtepunten. Net als je denkt: "Dit wordt niks," duikt er een element op waardoor dit ene verhaal stevig in de hele reeks wordt ingeplant, en waardoor Capricornus plots weer in een net verstrikt wordt. De lezer wordt altijd meer herinnerd aan de onopgeloste raadsels van de vorige albums, en Capricornus kan zelfs in de sneeuw niet vluchten voor de hete maanden die vooraf gingen aan zijn reis sinds de dood van Goth.

Meer over Andreas op http://andreas-martens.skynetblogs.be/.

13:14 Gepost door Peter Motte, vertaler van Vertaalbureau Motte in taal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: capricornus, fantasy, literatuur, stripverhaal, death note | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | | Pin it! |  Print | | |

07-11-07

Recensie: De geestenjager, de laatste leerling, door Joseph Delaney

De geestenjager: De laatste leerling, door Joseph Delaney

recensent: Peter Motte

onder auspiciën van De voormalige Tijdlijn en Vertaalbureau Motte

Toen ik de eerste bladzijden van "De geestenjager: De laatste leerling" door Joseph Delaney las, dacht ik: dit komt me bekend veer.
Maar de naam van de schrijver, Joseph Delaney, zei me niets, net als de titel. Ik kon niets beters bedenken dan in het archief van "De Tijdlijn" te duiken (op gevaar af nooit meer boven te komen :-) ).
In het legendarische laatste dubbelnummer van het blad vond ik maar even drie (!) titels die er iets mee te maken konden hebben:
  • "De magiërsleerling" door Trudi Carnavan, maar dit tweede deel van een reeks was niet waaraan ik terugdacht,
  • "De tovenaarsleerling" door Daniel Hulet, maar dat is een stripverhaal,
  • "Witmantel" door Robert Carter, het derde deel uit zijn reeks "De taal der stenen".
  • Dat zegt op z'n minst hoe vaak het thema van de tovenaarsleerling wordt gebruikt, en voor veellezers is dat natuurlijk lastig. Alhoewel er natuurlijk ook veelvraten zijn die graag nog eens over hetzelfde lezen.
    Het eerste deel van "De taal der stenen" kon wel eens het boek zijn dat in me wakker schoot terwijl ik "De geestenjager: De laatste leerling" aansneed. Ik meen dat het begon met een jongetje dat bij zijn ouders werd weggehaald door een tovenaar, om door hem een gepaste opleiding te krijgen.
    "De laatste leerling" gaat min of meer in dezelfde richting: een vader zoekt werk voor zijn jongste zoon, en hoopt hem te kunnen onderbrengen als leerling van een tovenaar, om precies te zijn: van een geestenjager.
    De kleine is op dat moment 13 jaar, wat ook de leeftijd is waarop in "De taal der stenen" het personage door de magiër wordt weggehaald.
    Maar verder verschillen de boeken nogal.
    Om te beginnen schreef Joseph Delaney "De geestenjager" voor kinderen vanaf een jaar of tien. "Voor wie Harry Potter ontgroeid is," schreef The Times (een wereldberoemd Brits roddelblad). En dat klopt wel een beetje, op voorwaarde dat je vergelijkt met het eerste deel van Harry Potter - die reeks wordt immers gaandeweg volwassener.
    Stilistisch gezien is het wel een vooruitgang op die HP1. HP leidt wat aan overdreven opgewonden gedoe. "De laatste leerling" daarentegen is wat gebalder geschreven, wat de actie ten goede komt. Niet dat het een actieroman is.
    The Times vond het ook écht eng, en inderdaad zijn sommige scènes griezeliger dan je zou verwachten op grond van het eerste hoofdstuk. Het is ook bijwijlen erg spannend.
    Het telt meer dan 250 bladzijden, maar ik was er in één dag tijd doorheen. Het is dus geen zware kost. Delaney heeft enkele boeiende personages gecreëerd. Er kan niet worden beweerd dat zijn verhaal te veel leidt onder simpele goed-kwaad-tegenstellingen, en daardoor lijkt de belofte, "voor wie Harry Potter is ontgroeid", toch wel wat in te houden. In het algemeen is het boek inderdaad van een hoger niveau dan de wat simpele zienswijze op de personages in HP.



    De geestenjager: De laatste leerling, door Joseph Delaney, 2007, Baarn, Uitgeverij De Fontein, geïllustreerd, oorspronkelijk: "The Spook's Apprentice", vertaling: Bies van Ede, 18 x 13 x 3 cm, 270 p's, ISBN 978-90-261-2350-4.
    Prijs:14,95 euro

    20:04 Gepost door Peter Motte, vertaler van Vertaalbureau Motte in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fantasy, literatuur, joseph delaney | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | | Pin it! |  Print | | |

    11-10-07

    Doris Lessing, Canopus in Argos

    Op 21 maart 2007 stuurde ik dit bericht naar de discussielijst detijdlijn@yahoogroups.com:

    "Door een armbreuk kan ik sinds 3 maart 2007 niets anders doen dan lezen.Van de 6 boeken die ik sindsdien heb gelezen, is deze ontegenzeglijk hetbeste:
    "Canopus in Argos: Aechives Re: Colonised Planet 5 Shikasta" door DorisLessing.
    Een waar meesterwerk."

    Door die armbreuk blijk ik nu een Nobelprijs-winnaar Literatuur te hebben ontdekt: Doris Lessing kreeg de Nobelprijs voor literatuur van 2007.
    Er werden ongetwijfeld enkele flessen champagne in het sciencefictionmilieu gekraakt, want Lessing werd als sf-auteur erkend voor haar vijfdelige reeks "Canopus in Argos".
    Doris Lessing slaagt er niet alleen in om duidelijk verschillende personages neer te zetten, maar die personages ook hun eigen manier van spreken te geven, beïnvloedt door hun eigen manier van denken, en dat met grote diepgang.
    Ze reageert in haar boeken doorgaans tegen machtsmisbruik en onderdrukking door welke partij dan ook.

    17:47 Gepost door Peter Motte, vertaler van Vertaalbureau Motte in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sciencefiction, canopus in argos, fantasy, literatuur, doris lessing, nobelprijs literatuur 2007 | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | | Pin it! |  Print | | |